Schoolprotocol

Om op school op een prettige manier met elkaar om te gaan, zijn afspraken nodig. Daarom kennen we op school, in het verlengde van de thuissituatie, o.a. de volgende afspraken:

• Gedraag je tegenover een ander, zoals je zelf ook graag behandeld wilt worden.
• Probeer over conflicten te praten. Desnoods roep je de leerkracht erbij.
• Kom op voor een medeleerling als je ziet dat hij/zij het moeilijk heeft.
• Wend je hoofd niet af, als je iets ziet waarvan je eigenlijk vindt dat het niet kan.
• Zorg voor een goede sfeer in de klas en op school.
• Dat je met andere leerlingen samenwerkt, samen speelt en ook samen deelt.
• Zorg er voor dat iedereen het gevoel heeft erbij te horen.

Aan het begin van ieder schooljaar wordt per klas samen met de kinderen een omgangsprotocol opgesteld en voorzien van een handtekening van alle kinderen en de leerkracht. De groepen 1, 2 en 3 werken met pictogrammen. In dit protocol staan regels en afspraken met betrekking tot de omgang met elkaar. Tevens is dit omgangsprotocol bedoeld om pestgedrag te voorkomen en duidelijk te maken dat pestgedrag op onze school niet wordt geaccepteerd. Er zijn richtlijnen opgesteld met betrekking tot het gedrag en de houding van de leerkracht. In iedere klas hangt duidelijk zichtbaar de tekst van het omgangsprotocol.
Het omgangsprotocol is gebaseerd op drie hoofdlijnen:

 Respect:
Wij, de leerlingen, de ouders en de leerkrachten, hebben respect voor elkaar, onze omgeving en onszelf.

Verantwoordelijkheid:
Wij, de leerlingen, de ouders en de leerkrachten, zijn verantwoordelijk voor ons eigen gedrag en voor de afspraken die wij samen maken.

Samenwerken:
Wij, de leerlingen, ouders en de leerkrachten, werken aan een gemeenschappelijk doel, streven naar een goed evenwicht tussen geven en nemen met respect voor jezelf en de ander.
 
Ook van de ouders van de leerlingen wordt verwacht dat zij zich bewust bezighouden met de morele opvoeding van hun kinderen en het beleid van de school in deze ondersteunen.
 
 
.